Minder maar vleesrijkere varkens geslacht in eerste zes maanden
Nederlandse slachterijen hebben in de eerste jaarhelft ‘slechts’ 6,70 miljoen vleesvarkens aan hun haken gehad. Geslacht zijn ze gemiddeld 1,4 kilo lichter, maar ze zijn wel 0,4 procent vleesrijker dan vorig jaar. Met zo’n lage capaciteit hebben varkensslachterijen sinds 2009 niet meer gedraaid. De biggenexport krimpt 17 procent.
In de eerste zes maanden van dit jaar hebben Nederlandse slachterijen in totaal 6,70 miljoen varkens verwerkt. Zo’n laag varkensaanbod is niet meer voorgekomen sinds het jaar 2009, toen het ging om 6,63 miljoen varkens. Ook ten opzichte van de halfjaarcijfers van 2025 hebben slachthuizen opnieuw terrein moeten inleveren. In dat jaar werden er 7,16 miljoen vleesvarkens geslacht.
In het absolute topjaar 2021 werden in de eerste 26 weken van het jaar 8,14 miljoen vleesvarkens geslacht. Dit betekent dat in de afgelopen vijf jaar het varkensaanbod bij Nederlandse slachterijen met bijna 18 procent is afgenomen. Dat blijkt uit marktcijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Een trendbreuk is te zien bij het gemiddelde slachtgewicht. Na jaren van een oplopend gemiddeld karkasgewicht tot ruim boven de 100 kilo, is dat in deze jaarhelft uitgekomen op 99,7 kilo. In dezelfde periode van 2025 was het warm geslacht gewicht per vleesvarken gemiddeld 101,1 kilo. In 2020 lag dat gewicht voor het laatst onder de 100 kilo.
Opvallend is het hogere percentage vlees van de dit jaar tot nu toe geslachte varkens. De cijfers van de RVO wijzen uit dat een varkenskarkas voor gemiddeld 58,9 procent uit vlees bestaat. In de eerste zes maanden van 2025 waren de vleesvarkens gemiddeld wat vetter en prikten ze gemiddeld 0,4 procent minder: 58,5 procent vlees.
Fractie van tien jaar terug
De totale vleesvarkensproductie in Nederland is echter nog meer afgenomen. De levende export heeft deze eerste jaarhelft namelijk opnieuw een forse veer gelaten. Vanuit Nederland zijn slechts 0,18 miljoen vleesvarkens naar slachterijen in het buitenland getransporteerd. 90 procent kreeg eindbestemming Duitsland.
In 2025 gingen in dezelfde periode bijna 0,24 miljoen vleesvarkens op export. Daarentegen werden tien jaar geleden, in de eerste jaarhelft van 2016, nog 1,66 miljoen vleesvarkens naar buitenlandse slachthuizen getransporteerd. Oftewel, de huidige levende export van slachtrijpe varkens is nog een fractie van wat het ooit geweest is.
Lees ook: Prijsherstel in Europese Unie mogelijk door ontwikkelingen in China
De krimpende zeugenstapel eist zijn tol wat betreft de export van Nederlandse biggen. In het eerste halfjaar hebben transporteurs er 2,52 miljoen naar vleesvarkenshouders in het buitenland gebracht, blijkt uit de marktcijfers van de RVO. In dezelfde periode van 2025 waren dat er bijna een half miljoen meer. Dat betekent in een jaar tijd een teruggang van 17 procent.
Stuivertje wisselen
Opvallend is dat de belangrijkste landen voor de export van biggen in een nek-aan-nekrace verwikkeld zijn. Het is stuivertje wisselen wat betreft de koppositie. Tot en met week 26 is Duitsland de bovenliggende partij met in totaal 1,10 miljoen afgenomen Nederlandse biggen. Spanje volgt op de voet met 1,09 miljoen biggen.
De weken met tropische temperaturen hebben hun weerslag op de diertransporten naar Zuid-Europa. Zo kon volgens de RVO-cijfers in de snikhete laatste week van juni slechts één vrachtwagen met duizend biggen Spanje bereiken. Aan de exportcijfers naar Duitsland is niet te zien dat die nadelig zijn beïnvloed door de temperatuurgrens van maximaal 30 graden Celsius voor diertransporten die langer duren dan acht uur.
Bekijk meer over:
Lees ook
Meest gelezen
Blogs
Bedrijf in Beeld
Partners


