‘Onze PRRS-startpositie is bekend’
We hebben het allereerste trimester ooit van het Nationaal PRRS-plan achter de rug. Inmiddels zijn we volop bezig met het bemonsteren voor het tweede trimester. Dat kan ik iedere dag wel zien op ons laboratorium: bloedmonsters worden volop aangeleverd en onderzocht.
Dierenartsen en varkenshouders zijn er in de stal volop mee bezig. Niet alleen met bloedmonsters nemen trouwens. Daarna volgt de interpretatie en het opstellen van een plan van aanpak. En, vraagt u zich misschien af, is er al een beeld te schetsen van de uitkomsten van het eerste trimester? Hoeveel bedrijven gaan voor goud?
Om aan het einde van de varkensproductie te beginnen: bij 13 procent van de bedrijven waar we vleesvarkens bemonsteren, waren alle vijf de bloedmonsters van vleesvarkens negatief voor afweerstoffen tegen PRRS. Dat is best opvallend en ook gunstig. Het is maar één meting en een kleine steekproef. Maar deze dieren zijn gedurende hun leven het PRRS-veldvirus waarschijnlijk niet tegengekomen.
Terugkijkend naar eerdere levensfases van het varken zien we het volgende: bij 65 procent van de bedrijven waar wij biggen van tien weken leeftijd bemonsterd hebben, troffen we in het bloed het PRRS-virus aan met een PCR-test. In ongeveer de helft van de gevallen bleek dit bij verder onderzoek een PRRS-vaccinvirus te zijn. Maar de andere helft was dus het PRRS-veldvirus. Dat is best nog wel veel om in een kwart van de bemonsteringen veldvirus aan te treffen.
Voor ons was deze uitkomst niet verbazingwekkend. Bij de biggen die we op het einde van de kraamfase bemonsterden voor het Nationaal PRRS-plan, kwamen we tot eenzelfde conclusie: de helft testte met de PCR-test positief en de helft daarvan was ook weer het PRRS-veldvirus.
Ook daarvan vielen wij niet van onze stoel. Want in onze praktijk kijken we met de PRRS-aanpak - die verder gaat dan het landelijke PRRS-plan – nog verder terug in het leven van het varken: tot aan de pasgeboren biggen. Bij pasgeboren biggen worden allerlei materialen verzameld onder de noemer ‘processing fluids’. Dat zijn balletjes, navels en tongpunten van dode biggen. Deze materialen zijn gemakkelijk te verzamelen en geven een schat aan informatie als je dit op regelmatige basis doet.
Want als de biggen al met het PRRS-veldvirus geboren worden, is de kans dat ze de slachtlijn halen zonder dat ze ooit het PRRS-virus tegen zijn gekomen natuurlijk nul. En dan weten we waar we moeten beginnen met de aanpak: bij de bron. Landelijk gezien beginnen we met een uitgangspositie die aangeeft dat we nog wel werk te doen hebben in Nederland. Maar elke reis begint met de eerste stap.
Karien Koenders
Dierenarts en adviseur gezondheidsprogramma’s en veterinair manager van laboratorium Merefelt
Bekijk meer over:
Lees ook
Meest gelezen
Blogs
Bedrijf in Beeld
Partners
Stelling
Nieuws van NieuweOogst.nl



