Verkoop varkensbedrijven ligt vrijwel stil
Dit eerste halfjaar van 2026 zijn drie varkensbedrijven verkocht, blijkt uit de cijfers van de vakgroep Agrarisch & Landelijk van makelaarsvereniging NVM. Dat is hetzelfde lage aantal als in het eerste halfjaar van 2025 en 2024.
De verkoop van varkensbedrijven zit al jaren in het slop. In 2024 wisselden uiteindelijk toch nog dertien bedrijven van eigenaar. Dat was tegen de dalende trend in. In 2023 werden er maar tien verkocht.
Vorig jaar daalde de verkoop van varkensbedrijven weer. Maar zeven bedrijven kwamen op de markt. Hoeveel er uiteindelijk daadwerkelijk zijn verkocht, is niet bekend.
Het is voor NVM duidelijk dat de varkenshouderij en ook de andere intensieve sectoren last hebben de grote mate van onzekerheid in het beleid. Dit voorjaar zijn niet alleen weinig varkensbedrijven verkocht, er zijn ook maar één pluimvee- en één kalverbedrijf van eigenaar veranderd.
Het kabinet presenteerde eind juni nieuwe stikstofplannen. Maar de normen voor de uitstoot per dierplaats voor varkens, pluimvee en kalveren volgen pas begin 2027. Bovendien moet het wetsvoorstel nog door de Kamer.
Effect van stoppersregelingen
Veel NVM-makelaars geven aan dat de voortslepende onzekerheid een negatief effect heeft op de investeringsbereidheid in de intensieve sector. Tegelijkertijd krimpt ook het aantal bedrijven op de vrije markt door de stoppersregelingen. Dat is terug te zien in het aanbod: makelaars zetten de afgelopen zes maanden maar elf bedrijven te koop.
Varkenshouderijen leunen sterk op de stoppersregelingen. Medio 2026 doen 373 varkenshouders mee aan de Lbv of Lbv-plus. Dat is bijna 73 procent van de oorspronkelijke aanvragers.
Beter vooruitzicht voor pluimvee- en kalverbedrijven
In de varkenshouderij staan de opbrengsten al langere tijd onder druk. Bij de pluimvee- en kalverhouderijen zijn de marktvooruitzichten beter en hebben meer bedrijven afgehaakt. Nog 46 procent van de pluimveebedrijven en 57 procent van de kalverhouderijen doet mee.
Door de slechte vooruitzichten in de varkenshouderij en onduidelijkheid van het beleid zijn bedrijven minder goed verkoopbaar en is de stoppersregeling juist aantrekkelijker. De nieuwe ‘Vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties’ (Vbr) geeft bedrijven die binnen 1.000 meter van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden komen een hogere vergoeding van 110 procent van het waardeverlies van hun stallen.


